Zorgenkindje

Dommelgedicht

Wij waren al naar school
als zij met haar zelfgevouwen waaiertje
achteromliep
naar het huis van bomma.

Voorzichtig, eerst de stoep
dan het zandpad over
tot aan de groene deur
honderd meter vrijheid.

De lucht rook naar zomer
op de weg naar de rally
stroomde de Dommel modderig en sloom
onder het kanaal door.

Zij stapte de straat op
steunzolen in stevige schoentjes
druk pratend tegen het waaiertje
schoolwaarts, net als wij.

Kiezelsteentjes knarsten
onder haar voeten
voorbij Ons Lieve Vrouwke de ramp op
ze kon het weeë water al ruiken.

Aan de duiker, hoog boven de Dommel
hielden haar beentjes halt
en leunde ze voorover
naar de gapende diepte.

Het waaiertje dwarrelde naar beneden
toen ze mama ontwaarde, in haar keukenschort
haar wangen rood, haar armen wijd
ach mijn poezelijntje toch, mijn kruisje.

(In haar nieuwe boek Hildeke verwijst Lieve Joris naar het gedicht ‘Zorgenkindje’, dat staat op een monumentje bij de Dommel, op driehonderd meter van haar ouderlijk huis in het Vlaamse Neerpelt. Zij schreef het gedicht op verzoek van het Regionaal Landschap Lage Kempen en reikte tijdens de onthulling in 2008 een exemplaar uit aan haar jongere zus Hildeke, die het syndroom van Down had en als kind op een dag, tot ontsteltenis van haar moeder, in haar eentje naar de Dommel was gelopen.)